Boerie

Een vriend verliezen is verschrikkelijk.
En wat denk je van het gezin dat hij achterlaat?
Plotseling is Eric weg.
Of ‘Boerie’, zoals ik hem altijd noemde.

We waren dikke maatjes.
‘De tandem’ werden we in de winkels genoemd.
Een blik, gebaar of woordje was al genoeg voor de ander.
We begrepen elkaar.

Mijn moeder zei het altijd al over je:
“daar zijn er geen twee van.”
En dat klopt.
Zakelijk, zwart-wit en soms afstandelijk voor buitenstaanders.
Een man met een gouden hart voor iedereen dicht bij hem.
Want hij stond altijd voor je klaar.

Jij hebt mij geholpen toen ik net op mezelf woonde.
Ik kon bij jou afstuderen.
Vanaf dag 1 was er een klik.
We runden samen de Molenhof. Wat een mooie tijd.
Top collega’s, super sfeer, het kon niet gek genoeg.
Zo was ik eens op zaterdagmorgen om 7 uur aan het bestellen.
Kwam jij schreeuwend op een paarse Milka-fiets de winkel door racen.

Of dat we samen naar Terneuzen moesten.
We sliepen in een hotel.
Daar begon jij ’s nachts op bed te springen in je onderbroek.
Ik heb geen oog dichtgedaan.

En voor mijn moeder was je er altijd.
Iedere week gingen we koffiedrinken bij haar thuis.
Daar kon je uren blijven zitten.
“Zullen we weer eens aan het werk gaan?”, vroeg ik je dan vaak.
Maar dat vond je onzin.

Mijn moeder maakte zich vaak zorgen om je.
“Drink je genoeg water, slaap je genoeg, eet je gezond?”
Dat beloofde je dan. Je deed het nooit.
Samen gingen we naar het ziekenhuis als mijn moeder daar lag.
Je stuurde bossen bloemen. Niks was jou te gek.

We zaten soms dagen op kantoor.
Praten, filosoferen, denken en ouwehoeren.
Ik sprak je in die tijd meer dan wie dan ook.
Dat mis ik nog elke dag.

Ik maakte me ook wel eens zorgen.
Over stress, waarvan je zei dat je dat niet had.
Ik geloofde je niet.
Tuurlijk had je dat.
Maar je vertelde niks.
Of heel soms, als iets al maanden speelde.

We verhuisden naar de Domineeskamp en de Kwartel.
Ook weer een mooie tijd.
Soms was je de clown van de kantine.
Dan gaf je een show weg.
Onredelijk was je ook, maar gelukkig vaak tegen mij.
Dan probeerde ik het iets genuanceerder door te vertalen.
Want inmiddels wist ik exact hoe je iets bedoelde.
En dat was vaak veel redelijker dan het uit je mond kwam.

Je vertelde vaak over Janet, Kaylee en Roy.
Wat was je altijd trots.
Op alle drie.
“Zonder Janet was ik allang dood”, zei je weleens.
Je zou jezelf niet redden, daar was je van overtuigd.

Kaylee en Roy doen het beide goed.
Daar maakte jij je druk om.
Een goede opleiding doen, maar niet ten koste van alles.
Ook vooral plezier maken.
Dat deed je zelf ook.

Met je vriendengroep uit Dedemsvaart bijvoorbeeld.
Allemaal oudere mannetjes (en vrouwen) in een soort ‘seniorenzuipketen’.
Op iedere boerderij was het feest. Dat kon niet gek genoeg.
Wat een lol had je met Jan, Laurens, Wimpie, Bertje, Luinstra en al die anderen.
Ik zou ze bijna zelf goed kennen door al die verhalen.

Smaak had je trouwens niet echt.
In de auto had je altijd Radio NL aanstaan.
Je hield van carnaval en van de Dikdakkers.
Ik ben gestopt met commentaar daarop geven.

En dan Anne …
Je broer met wie je alles hebt opgebouwd.
Ik sprak hem de dag na je overlijden.
Hij kon alleen maar huilen.
Dat gaat door merg en been.

Er is één troost Eric.
Je hebt niet gewacht met leven tot je oud werd.
Elke dag heb je genoten.
Veel uit eten en elk weekend feest.
Genieten van vakanties met gezin en familie.
Dat zei je ook altijd tegen mij:
“ga eens wat meer leven en minder sporten en werken.”

Dat ik sporten oprecht leuk vind, ging er bij jou moeilijk in.
Je probeerde het zelf ook wel eens.
Dan ging je zwemmen met Janet, hield je drie weken vol.
Je nam een personal trainer, die tussen de oefeningen door een sigaretje met je rookte.
Of met Laurens ging je hardlopen om het Kotermeer.
Alles was slechts van korte duur.

Eric ik ga je zo missen.
Vaak belde ik nog even voor advies.
Nou ja … ook als ik zomaar belde, gaf je alsnog advies.
Want je had overal een mening over.
Dat was nou juist zo mooi.

Ik ga je nooit vergeten maat.


Geplaatst

in

door

Tags: