Grijze auto

Altijd samen.
Eerst nog onbezorgd.
Praten over alles, of soms juist niet.
Beschermend ook.

Elke dag een grijze auto.
Eten brengen, schoonmaken, praten en knuffelen.
Rondje in de tuin.
Ouwehoeren over planten. Elke zondag vertrouwd.

Kwaaltjes. Stoma.
Gat in je buik.
Strompelen. Niet meer kunnen zitten.
Pruik.

Elke week een grijze auto.
Even zitten. Of liggen. Uitrusten.
Snel weer naar huis.
’s Avonds niet meer afspreken.

Geen dingen opschrijven in een boekje.
Herinneringen of briefjes voor later.
Niet praten over iets dat gaat komen.
Kop in het zand. Allebei.

Soms een grijze auto.
Een goede dag, dus dan ff snel.
Knuffel en door.
Vaak afzeggen.

De olifant was allang in de kamer.
Hij stond er steeds.
Maar het behang was dezelfde kleur.
Dus hij viel niet op.

Geen grijze auto meer.
Liggen op de bank.
Niet meer uit huis.
Licht als een veertje.

Gewoon blijven praten over van alles.
En het liefst vaak over niks.
Alledaags graag.
Niet te zwaar.

Grijze auto lenen?
Kan niet.
Wie weet rijdt die nog uit.

Geen plan.
Wat voor dienst?
Nauwelijks over gehad.
Of ja, een paar woordjes.

Grijze auto inmiddels onder stof.
Toch niet weggeweest.
Soms rijdt er nog een langs.
Dan veer ik op.


Geplaatst

in

door

Tags: