Open Raalter Kampioenschap

Soms vergeet je bijna waarom je ooit bent gaan sporten.
Vandaag drong dat tot me door.
We organiseerden het ‘Open Raalter Kampioenschap’ 10 kilometer.
Hardlopen om precies te zijn.

Er waren voor iedere deelnemer twee instroomeisen.
Ten eerste moet je inwoner van de gemeente Raalte zijn.
Daarnaast heb je een 10 km tijd onder de 45 minuten staan.
Dit zijn natuurlijk niet-al-te-serieus-te-nemen-eisen.
Toch had Jelle de afgelopen week nog geprobeerd onder deze tijd te komen.
Gelukt met een hoge 44’er.
De slapeloze nachten van de pijn en oververmoeidheid had hij er graag voor over.
Hij kon erbij zijn.

Met een man of 12 liepen we vanmorgen in.
Ouwehoeren en een beetje fantaseren over de tijd.
Het weer was ideaal, koud en weinig wind.
Niet fijn voor een loper.
Die houden van excuses.
‘Ik ga niet volle bak vandaag’ of
‘ik heb een zwaar trainingsblok gehad, dus ik kan niet pieken nu’.
Geen smoes is houdbaar in deze alles-of-niets-wedstrijd.
De eer van het dorp staat op het spel.

We startten in omgekeerde volgorde.
De minder snelle lopers eerst.
Zo zouden we elkaar langzaam maar zeker bijhalen.

Tom startte vrijdag al.
Als een soort toonzetter.
Hij raffelde het parcours in een schamele 50 minuten af.
En dat terwijl hij de route andersom liep.
“Het had dus zo een 33’er kunnen zijn”, ging rond in de app.
Eigenlijk was Tom zelf degene die het écht geloofde.

Om 10 uur was het zover.
Sven startte als eerste.
Hij werd het opgejaagde wild.
Daarna denderde er iedere minuut een loper weg.
Het werd een veldslag.
Bloed, kwijl, gesteun en aanmoedigen klonken door elkaar heen.

Niek en ik startten als laatste.
Wij waren dus de ultieme jagers.
We haalden iedereen in.
Bijna iedereen …
Want Sven bleef moedig weerstand bieden.
Door niemand liet hij zich gek maken.
Hij finishte in een respectabele 45 minuten.

En dan zijn er nog meer gloriemomenten.
Jorn, een ras vijf-kilometer-loper die 36:03 klokte.
Hermen het jonge rasveulen die zich mee liet slepen in het loopgeweld.
Met kramp sprintte hij toch nog naar 37:13.

Dan Rogier en Ruben.
Twee magere soepele sprinkhanen die rond de 14-km-per uur-grens aan het beuken waren.
En de broers Schalkwijk die beide een PR liepen.
Hannes, oud marathonschaatser, dook voor het eerst onder de 40 minuten.
Daarvoor had hij zeker een spruitjespak verdiend.

En Jeroen en Mark.
Normaal maken ze elkaar het leven zuur.
Op Strava gunnen ze elkaar geen segment.
Ze strijden op elke virtuele meter.
Vandaag sloegen ze de handen ineen.

Een van de twee Bennink brothers deed ook mee.
(U kent ze wel, twee identieke mannetjes, zelfde pakje, altijd sprintend.)
Het gemis van de ander liet zich merken.
En Michel niet te vergeten.
Die wou bijna vertrekken op zijn fietsschoenen, pedaal er nog aan vast.

Pechvogel Rick was ziek.
Hij heeft een leuk gezin, mooie vrouw en een goede baan.
Toch vraag ik me af, of hij ooit weer gelukkig zal zijn.
Dit gemis vang je niet zomaar op.
Wij zijn in gedachten bij hem.

Ik liep samen met Niek naar een lage 34’er.
Mooi, niks mis mee.
Maar samen met mede-lopers beuken op zondagochtend:
Dat is echt ultiem geluk.

Alle credits voor Remco, de organisator.
De geruchten gaan dat hij om 5 uur ’s ochtends al bezig was.
Borden plaatsen, markeringen aanbrengen, koffiezetten en het parcours schoonvegen.
Wat een energie.

Allemaal mannen die op zondagochtend zichzelf het snot voor de ogen lopen.
Het hoeft niet, maar we doen het toch.
De laatste twee kilometer haalde ik alleen maar wandelende lijken in.
Gieren vlogen over het parcours om mogelijke slachtoffers leeg te pikken.
Hallucinerende waggelende hoopjes mens, waren er nog van de frisse starters over.

Samen strijden voor een persoonlijk recordje.
Even is dat het belangrijkste wat er is.
Dit maakt wat mij betreft sport, en hardlopen in het bijzonder, zo mooi.

Gek genoeg moeten de meesten morgen weer werken, of naar school.
Terug naar het normale leven.
Maar vandaag waren we allemaal voor even ware helden.


Geplaatst

in

door

Tags: